van vroeger tijden, heft de spitse leesten
van dak en gevel weer naar 't stille vuur
van sterren, waar de oneindige natuur
de rust beschouwt van mensen en van beesten.
Rust. Is het dat wat ik begeer? Geen rust
van 't graf, maar midden in het menslijk jagen
te zijn als zulk een afgesloten plein
waaruit wel paden gaan naar iedre lust
maar de eeuwen hoorbaar galmen en gewagen
en geen licht nader schijnt dan sterreschijn.